Ik ben bij u

“Mag ik nu Ien bellen. Ze moet komen.“ Meneer de Groot huilt. Hij verlangt naar zijn vrouw. “Ien. Ien. Iehien!” Het personeel probeert hem gerust te stellen. “Uw vrouw komt zo. We gaan eerst even eten.“ De tengere man blijft hard huilen. Het is lastig voor het personeel, maar ook voor de andere bewoners. Zijn jammerklachten gaan de hele dag door.  Wat moeten ze met dit onbegrepen gedrag, probleem gedrag, complex gedrag. Of kun je dit beter het signaalgedrag noemen? Wil meneer de Groot iets duidelijk maken? Hij zegt dat hij wil dat zijn vrouw komt, maar de ervaring leert dat hij nog steeds onrustig is als zij op bezoek is in het verpleeghuis. Zijn vrouw wordt vervolgens weer zenuwachtig en verdrietig van hem.
Agressie, schreeuwen, huilen en onrust bij dementie. Waar komt het uit voort? Hoe kom je er achter wat iemand eigenlijk wil? En hoe ga je er mee om? Intuïtie?
“Uw vrouw komt zo.” zhandenegt het personeel. Een andere bewoner moet naar de WC. “Ik kom straks bij u.“ Straks. Even wachten. Zo dadelijk. Dat horen we natuurlijk vaak in de zorg. Maar voor bewoners is er alleen maar een NU. Deze man met tranen voelt zich ongelukkig en alleen. Ik pak zijn hand en zeg hem. “Ik ben bij u. We zijn samen.” Ik masseer zijn arm. “Ben jij echt bij me? “ vraagt hij. “Ik ben nu echt bij u.” zeg ik. “Voel maar. “  Ik streel over zijn arm. Zijn aandacht verlegt zich naar de nabijheid. Hij ervaart mijn aanraking. De andere bewoners kijken geboeid. Een van hen pakt de andere hand van de man. Zo zitten we daar en masseren zijn handen. “We zijn samen.”  zeg ik.

We zijn net bomen
“De bewoners worden rustig van jou.“ zegt de gastvrouw van de huiskamer. Ik ben een gesprek begonnen met de bewoners rond de tafel. “Hoe kijken jullie tegen het leven aan?“ vraag ik de aanwezige grijze koppen. “Alles wordt wat minder, maar daar wen je aan. Het bouwt op en bouwt af in het leven.“ Iemand begint over angst voor de ‘overgang naar het einde’. “Je weet niet hoe het zal zijn?” Een ander vindt het niet erg dat ze er niets over weet. “Ik geef me er aan over. “
De verzorgende gaat er even bij zitten. “Ik heb nooit tijd voor dit soort dingen. We moeten altijd zoveel doen, overal bijspringen.” Toch zou het moeten kunnen. In plaats van “Ik kom straks bij u.“ kan je ook zeggen. “Ik ben bij u, ook al loop ik even naar de gang. Ik ben er. “ Terwijl je iets bespreekt met een collega, kan je de schouders van een bewoner masseren.
img_20180516_145535188_hdr.jpgIn de film ‘The garden of life’ is de hoofdpersoon met dementie de hele dag in zijn tuin. “De planten hoeven niet zo mooi te zijn. Je mag blij zijn dat ze er zijn en hun best doen zo mooi mogelijk voor de dag te komen. Ze hebben ruimte nodig om te groeien. Het zijn net mensen.” Mijn moeder kijkt ook altijd naar de bomen en de natuur. “Het ligt hier nog braak.” zegt ze als ze uit het raam kijkt naar de berg zand in de tuin. “Net als wij. Maar daar achter staan de bomen. Die reiken en groeien hoog tot ze in de hemel zijn. Dat proberen wij ook. “ Ik kijk naar de stoepjes bij de nieuwe kamers. “Ik denk dat hier straks hekjes komen, dan heb je echt je eigen terras. “Nee hoor. “ zegt mijn moeder “Waarom moet daar een hekje tussen. De bomen staan toch ook allemaal bij elkaar. Dat wil ik ook.”

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s