Heeft zij dementie?

“Daar zwaait iemand.” zegt mijn moeder tijdens onze wandeling door de mooie tuin van Jozefoord. Met haar scherpe ogen ziet ze een meisje zwaaien en wenken achter de ramen. We lopen er naar toe. “Hallo. Ik ben stagiaire en heb uw moeder horen praten bij de kennismaking. Nu wil ik graag uw boek lezen.” Ik had al gehoord over de introductie voor de studenten. Mijn moeder mocht er bij zijn om de jonge mensen te vertellen over hoe het is om op Jozefoord te wonen. “Ik had eerst helemaal niet door dat je moeder dementie heeft.” vertelt het meisje. “Ze kan zo goed vertellen.” Mijn moeder voelt zich gevleid. “Ik merk er zelf meestal ook niets van dat ik dat heb, maar het schijnt zo te zijn. Je doet er niets aan, het is zoals het is. Het hoort bij het leven, bij het ouder worden. De één kan niet meer lopen, ik kan niet meer onthouden, punt. En daar moet je niet over gaan zitten klagen want daar heeft niemand wat aan. Als je een beetje gezellig blijft is het leven voor jou, maar ook voor de ander veel leuker.” Het meisje knikt.
“Vorige week zei uw moeder ook zo iets moois toen onze docente haar vroeg om een gouden tip, iets wat ze ons mee wou geven.”
12.DSC_0919Begeleidster Jeanne schreef de woorden van mijn moeder al voor me op. “Wat ik nodig heb? Luister naar mij en doe dat oprecht. Zeg niet dat je luistert en vervolgens met 101 andere dingen bezig bent. Toon je oprechte interesse in mij, daar doe je me een groter plezier mee dan dat je goed kan poetsen.” Het jonge publiek was doodstil toen mijn moeders prak. Er klonk een snik, er werden tranen weg gepinkt…. de studenten waren in het diepst van hun ziel geraakt.

Oprechte interesse
dsc03396.jpg”Nu ga ik maar weer eens naar huis.“ Mijn moeder en broer zijn bij mij op de volkstuin op bezoek. Ze zijn er nog maar net. “Wil je nou al weer weg?“  vraag ik verbaasd.
“Het zou nog een wel een tijdje kunnen duren voor ik de weg terug gevonden heb.” antwoordt mijn moeder heel realistisch. Mijn broer en ik lachen. Daar heeft ze wel een punt. “Lopend zal het wel even duren. “ zegt mijn broer vrolijk. “We zijn in Utrecht. Maar ik breng je thuis met de auto.“ Mijn moeder lijkt gerustgesteld. Toch pakt ze haar spullen bij elkaar en gaat op zoek naar de uitgang. Ze loopt naar de sloot, maar begrijpt niet hoe ze verder moet. Verbaasd kijkt ze naar het water. Dan wil ze achter het huisje langs naar de composthoop. “Hier moet je heen, mam!” Ik leid haar naar het poortje. Als we op het geasfalteerde tuinpad komen, slaakt ze een zucht van verlichting. “We zitten goed!”
We lopen een rondje langs de mooie herfsttuinen. “Heerlijk hier. ” Iedereen zegt ze even vriendelijk goedendag, met oprechte interesse. “Goedemiddag”. Zeker de man met de pet. “Die aardige man ken ik wel.” zegt ze.
Mijn moeder blijft een charmeur, zowel bij de tuinders als bij de jongeren. Toen de bijeenkomst met de stagiaires in Jozefoord voorbij was, zei mijn moeder nog. “Wacht eens even, laat ik al die mooie gezichtjes nog eens in mij opnemen… ” Waarbij ze langs een jongen loopt en terloops opmerkt. “Zo hé, jij bent een knappe jongeman.”

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s