Hoe zeg je het?

“Mijn broer heeft Alzheimer. Het is onverantwoord dat hij auto rijdt, maar hij wil niet stoppen en wordt boos als we er over beginnen. Hoe moeten we dat aanpakken?” Een vrouw uit de zaal stelt me deze vraag. Ik spreek over dementie op een congres van CNV senioren. Veel mensen hier hebben er mee te maken. “Wat doe je als je vermoedt dat iemand dementie heeft, maar hij het zelf niet wil toegeven?“ Ik ken de lastige situaties waar je mee geconfronteerd wordt. Het is zo pijnlijk en zo enorm schrikken als je leven op z’n kop wordt gezet door deze sluipende ziekte. Wie wil nou toegeven dat zijn hersenen achteruit gaan? Niemand toch. En daar mag je best boos om zijn. Het is logisch zelfs, maar het helpt je uiteindelijk niet.
“Je hebt Alzheimer, mam. Daardoor vergeet je wat je gisteren en vanmorgen hebt gedaan. Maar het geeft niet.” Ik benoem altijd alles, haar ziekte en de dingen die mis gaan. Tegelijkertijd geef ik mijn moeder waardering. Dat kan eigenlijk pas als je zelf je emoties verwerkt hebt. Besef dat je samen een verwerkingsproces door maakt, zowel degene met dementie als de mantelzorger. “Je maakt er het beste van, mam. Dat is zo knap.”
congresIk richt me tot de vrouw op de voorste rij. “Probeer uw broer te bereiken in de onderliggende laag.” zeg ik. “Het lijkt misschien of uw broer niet luistert, maar diep van binnen weet hij ook wel dat het autorijden niet meer gaat. Hoe pijnlijk is het om dat toe te geven. Pijnlijk voor hem, maar ook voor u. Het is niet anders en acceptatie zal uiteindelijk opluchting geven. Benoem wat u signaleert, ben duidelijk en waardeer hem om wie hij is.”

Ze hoort het wel
“Ik moet maar weer eens naar mijn ouders. Daar ben ik lang niet geweest.“ zegt mijn moeder plotseling. Ik kijk haar hogelijk verbaasd aan. “Maar…maar…je ouders zijn al lang dood.” antwoord ik. Dit soort verwarring is er steeds meer. Mijn moeder denkt soms dat ze drie of vier kinderen heeft of dat ze in Den Haag woont. Als ik haar zeg dat het niet klopt, schrikt ze even. We moeten het allebei even verwerken. Dat duurt niet lang. Ik al gauw mijn arm vrolijk en liefdevol om haar heen slaan omdat het allemaal niets uitmaakt. Ik wil niet dat ze zich dom, gek of onzeker gaat voelen.
huiskamerWe zitten in de huiskamer met de andere dames rond de tafel. De één slapend in de rolstoel, de ander rommelend in haar tas. Mijn moeder is actief en schenkt de anderen koffie en thee in, deelt koekjes rond en houdt in de gaten of iedereen wat krijgt. Een vriendelijk clubje.
Er komt bezoek voor een bewoonster die scheef in de rolstoel hangt. Zij staart in de verte en reageert nauwelijks op de aandacht van haar familie en het cadeautje wat ze krijgt. Ik en de huiskamergenoten van mijn moeder bestuderen het tafereel. Zou ze het cadeau uitpakken? Gaat ze iets terug  zeggen? De familie doet haar best om contact te maken. Wij kijken.  “Ze slaapt. “zegt een dame aan de overkant. “Ze hoort het wel hoor.“ zegt mijn moeder. “Dat zie je aan haar ogen. Het heeft tijd nodig?”

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s