Stilstaan en meebewegen

“Goedemorgen allemaal.” Ik sta midden in de huiskamer en kijk langzaam de kring rond. Eén voor één krijg ik contact met de dames rond de tafel. “Mijn dochter!” roept mijn moeder ineens. “wat een verrassing.” De andere dames knikken. “Ach ja.” Ze herkennen mij nu ook. Het leven heeft hier tijd nodig. Ik wacht. Drink een kopje koffie. ”Wat zullen we gaan doen?” vraag ik na een tijdje. “Verstoppertje!” roept Agaath. Daar hebben de anderen geen zin in.
schilderen“Kijk wat ik meegenomen heb. Langzaam haal ik een rol behangpapier uit mijn tas. Ik leg hem op tafel. We rollen hem samen langzaam uit. “Hij kan beter zo.“ Ze draaien het papier om, verleggen het. Vouwen een stukje om. Tot het goed is. Ik heb intussen gekleurde verf gepakt. De dames zijn het met me eens. Alleen zwart en wit is te saai. Het heeft kleur nodig. Verf op de bordjes. Ieder een kleur. Ieder een kwast. Waterbakjes. “Met mijn zondagse kleren kan ik niet schilderen.” roept Lidy. “Dan wordt ik vies.” Ik bind haar een grote slab voor. Mevrouw de Bruin valt in slaap. “Wat moet ik maken?” vraagt Agaath. Ik begin zelf met rode stippels en geef de kwast aan Agaath, een andere kwast aan mijn moeder. Ze gaat niet op het papier verven, maar maakt een gezichtje in het verfbakje. Ik probeer contact te maken met de slapende mevrouw. Nu zijn er twee dames aan het schilderen. Ik ga bij Lidy zitten. Samen zetten we blauw met gele stippen en trekken we lijnen. Mevrouw de Bruin wordt wakker en komt nu ook op gang.
Het heeft tijd nodig, observatie, ontdekking. Langzaam komt iedereen er in en is men geconcentreerd en creatief. Verwondering. Ontdekking. Ik volg de stroom en beweeg traag mee met de sfeer van de groep zodat ze mij kunnen volgen. Daarna volg ik hen weer. We bewegen met elkaar mee.

Zeurende deuren
”Weglopen zou ik niet willen noemen, ze loopt gewoon de poort uit.” zegt de zorgcoördinator. We zitten rond de tafel met de dokter, een verzorgende, de coördinator en ik. Eerst deed mijn moeder het niet. Nu wel. Ze loopt naar het dorp, eindeloos langs de weg. Vier kilometer verderop wordt ze door iemand gevonden.
“Ik ga even doen wat ik wilde doen.” zei mijn moeder laatst. Ze loopt. Stoer van haar. Kan ik vertrouwen hebben dat het wel goed komt? De verzorging is in paniek “Je vergeeft het jezelf nooit als er tijdens je eigen dienst iets gebeurt. “ Dat snap ik.
Ze werken in haar instelling met leefcirkels. Nu staan die zo ingesteld dat mijn moeder vrijuit mag lopen. Haar pieper zou er ook voor kunnen zorgen dat de deur van de afdeling voor haar gesloten blijft. Is dat de oplossing? We zijn het er anet the boswandeling2allemaal over eens dat ook dat problemen gaat opleveren. . “Er is iets met die deuren. Ze horen gewoon open te gaan. Daar is een deur voor, maar dezen doen dat niet. De deuren zeuren. “ zegt mijn moeder kribbig. Als we haar de vrijheid afnemen wordt ze onrustig. Daar is het personeel ook niet mee geholpen
We zijn het eens. We moeten meebewegen. “Maak een groot bord bij de poort met haar naam er op en een pijl naar de receptie.“ suggereer ik. “Ik denk dat ze de pijl gaat volgen en zo weer binnen uit komt.“ We gaan het uitproberen. Meebewegen vraagt om intuïtie, inleving en creativiteit.

Zondag 22 september geef ik om 15.30 een lezing over Meebewegen bij ATV De Pioniers in het kader van De week van de dementie.

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s