Met andere ogen

Ik ben blij met de nieuwe woonplek van mijn moeder waar ze vrijuit kan rondwandelen en enthousiast, net als veel medebewoner, een rondje wandelt door hun eigen bos. Het personeel is ontzettend aardig, de sfeer is goed en haar eigen kamer mooi en vertrouwd. “Ik ben blij dat ik er weer ben.” zegt ze uit de grond van haar hart als ze weer terug komt na een uitstapje tegen de receptioniste. Alleen de huiskamer….
SANYO DIGITAL CAMERAAls ik er binnen loop vind ik het vaak saai. De medebewoners zijn in zichzelf gekeerd en kijken meestal televisie of dommelen in slaap. Dat vind ik niks voor mijn moeder. Zij houdt van levendigheid en actie. Ik dring er op aan dat ze veel activiteiten krijgt aangeboden. “Ja hoor. Ze doet van alles. Uw moeder is zo enthousiast en vrolijk.“ hoor ik terug. Maar ook; “Moeder wilde niet meedoen. Ze voelde zich moe.” Moe? Ik vraag het aan haar. “Bij de televisie zitten vind ik ook leuk.“ zegt ze. “Het is hier heel fijn in deze zaal.“ Blijkbaar vindt zij de huiskamer helemaal niet zo saai als ik denk. Zij kijkt met andere ogen. Even bijstellen!

De huiskameraciviteit
Ik heb me voorgenomen een huiskameractiviteit te organiseren en besluit een verhaal te vertellen, waarin ik de bewoners betrek. We zitten in een kring met acht ouderen van verschillend niveau. Sommige monter en in contact, anderen kan ik slecht verstaan of zijn afwezig. Mijn verhaal gaat over een boom, een hele oude boom. “Net wijzelf” verzucht een dame. Een boom vol knoesten, met vertakkingen, nestjes, kronkelende wortels. Ik vraag de bewoners de ogen te sluiten en te vertellen over een boom die zij kennen. Ze vertellen bijna allemaal hun verhaal, zelfs de dame die in slaap lijkt te zijn gedommeld. Er is de boom waar de schommel vroeger in hing, de boom waar de bliksem in sloeg, de stoofperenboom in de voortuin. “Als je met aandacht kijkt, zijn er zoveel bijzondere bomen.“ zegt één van de dames. “Het is fijn te mediteren bij een boom.”
boomHet verhaal gaat verder. De boom rukt zich los omdat hij wil dansen en het leven meemaken. Als de boom moe is van het dansen en terug wil, blijkt hij te zijn verdwaald. “Dat gebeurt hier zo vaak. “ zegt iemand. Met poppen en fantasie maken we samen het verhaal af.
Ik ben geroerd door het delen van de persoonlijke herinneringen. Maar toch…die ene mevrouw heb ik niet kunnen verstaan. Ik knikte toen ze iets vertelde, maar ik verstond haar woorden niet. Dat heeft ze vast gevoeld. En de meneer wilde niet meedoen. Hij wende zich af. Ik had zo graag zijn verhaal ook begrepen, maar ik was te druk met het geheel. Zo gaat het natuurlijk vaak in de zorg. Er is te veel tegelijkertijd. Om echt te luisteren naar een persoonlijk, soms slecht verstaanbaar en onderliggend verhaal heb je aandacht nodig. Ik neem me voor om het de volgende keer weer anders te proberen. “Als je met aandacht kijkt, zijn er zoveel bijzondere bomen.” leerde ik van één van de bewoners.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Haar eigen wereldje

“Ik ken je bijna niet meer”, zei mijn moeder toen ik gisteren bij haar op bezoek kwam. Ik kijk ook een beetje bevreemd naar haar. Ze ziet er zo anders uit. Haar ogen hebben minder onrust, maar zijn ook ietwat afwezig. Ze leeft in haar eigen wereldje binnen het verzorgingshuis en is daar zo wonderlijk goed op haar gemak. Voorheen leunde ze op mij, ze belde bijna elke dag en ik wist precies wat voor afspraken ze had en waar ze was. Het kostte me veel energie. Nu zou het toch bevrijdend moeten zijn dat die tijd voorbij is, maar het voelt nog zo leeg. Ik was zo gewend aan het zorgen en alert zijn. Zou het een mantelzorg-gat zijn? SANYO DIGITAL CAMERA Uit berichtjes van anderen weet ik hoe het met haar gaat en dat ze lekker aan het ronddwalen is op haar nieuwe woonplak. Zojuist een verdwaalde Margriet naar de receptie teruggebracht, nadat we met Paul’ zijn moeder een kopje cappuccino hadden gedronken in het restaurant . Zij woont sinds januari in Jozefoord. We wilden de moeder van Paul net terug brengen naar haar woongroep, toen we Margriet verdwaald aantroffen. Ik wist niet dat Margriet voortaan ook daar woont. Ik zeg “Ik vraag wel even op de receptie waar u heen moet.“ Toen zei zij; “Wat een geluk dat ik even verdwaald was want nu heb ik als bonus een heerlijke avondwandeling. “Wat is het toch nog steeds een heerlijk mens😊 “.

De bonus
Langzaam beweeg ik me door de dozen met brieven, dagboeken en schriften. Mijn moeders leven, mijn oma’s leven. Alles is toevertrouwd aan papier, vaak nog in mooi sierlijk schoonschrift. Ik vind tekeningen van een vriend die prachtige brieven maakte voor mijn moeder. Er zijn ook tekeningen van mijzelf toen ik kleuter was. ‘Dat zal mijn moeder wel leuk vinden!’ Ik neem de tekeningen voor haar mee als ik op bezoek ga. We tekeningen bekijkenzitten op het terras bij het restaurant met een kopje cappuccino en bekijken wat er in de map zit. “Dat jij niet beter kon tekenen op die leeftijd.“ zegt mijn moeder. “Ik was vier!” werp ik verontwaardigd tegen. Mijn moeder bladert nog even door de map en legt het weg. Ook de brieven van die vriend hoeft ze niet meer. Ik neem het weer mee naar huis. Blijkbaar is ze niet meer geinteresseerd.
Met enige schroom lees ik al die brieven en schriften vol aantekeningen en flarden van gebeurtenissen. Ik verdwaal in haar leven. ‘Ik moet het wel lezen.’ zeg ik tegen mezelf. ‘Het moet uitgezocht worden en mijn moeder kan het niet meer. Wij moeten er nu iets mee.’ Ik verdwaal in haar leven. Al die woorden, die emoties, die ontdekkingen. In de brieven kom ik kanten van mijn moeder tegen die ik niet kende. Wat was ze soms ontredderd en depressief. Daar liet ze weinig van merken. Altijd was er de lach en vrolijkheid. Soms geloofde ik er niets van en was ik boos omdat ik haar niet mocht zien en niet kon bereiken. Ik leer in het lezen een deel van haar binnenwereld kennen. Die van vroeger dan. Nu is het weer anders. De dementie maakt haar zichtbaarder. Ze laat haar kwetsbaarheid zien en verwoordt nu juist heel precies wat er zich in haar afspeelt. “Ik huil een beetje van binnen.“ kan ze soms zeggen. Een andere keer “Alles in mij is een feestje als jij komt.” Dat is de bonus van de dementie.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

Ik ben het aan het lezen

boek bank“Nu ik je boek ‘De vierde dementie’ gelezen heb, besef Ik veel beter waarom ik de dingen doe zoals ik ze doe. Ik ben een intuïtief mens en volg mijn ingevingen. Dat waardeer ik nu meer in mezelf.“ vertelt één van de medewerkers van het verzorgingshuis van mijn moeder. “Waar hebben jullie het over.” vraagt mijn moeder. Ze wil graag alles weten en overal in betrokken worden. Terecht! “We hebben het over mijn boek?” zeg ik, “Weetje nog? “ Mijn moeder rommelt in haar tas en haalt het boek er uit. Trots laat ze de omslag zien met een foto van haar en mij. “Ik ben het aan het lezen.“ Het boek zwerft door het verzorgingshuis van mijn moeder.
Een verzorgster van de gesloten afdeling vertelt me over de bijzondere communicatie die zij tegenkomt op haar afdeling. Er wonen twee mensen met afasie die onverstaanbaar praten. Lastig voor de verpleging. Onderling hebben ze geen enkel probleem, want met elkaar voeren ze uitgebreide gesprekken. Haar collega’s vinden het grappig en wonderlijk. Maar zij ziet er een diepere betekenis in. “Ik denk dat deze mensen elkaar echt begrijpen. Dat zie je gewoon. Ze praten dus op een andere manier dan met woorden, ze hebben energetisch contact. Zouden wij hen ook kunnen verstaan?“ vraagt ze zich af. Ik denk van wel. Als je je intuïtie aanscherpt en er wat tijd en rust voor neemt, kun je veel meer waarnemen dan je denkt. Je kunt onderliggende boodschappen begrijpen en daardoor veel te weten komen over de binnenwereld van mensen met dementie.

Onzichtbare communicatie
Is het niet logisch dat als bepaalde menselijke functies wegvallen, anderen het over gaan nemen? Is het niet logisch dat als de ratio het af laat weten, de intuïtie sterker wordt. En wat doe je daar mee? Wat kun je daar mee als verzorgende of familielid?
Ik was op bezoek bij een oude dame in een verpleeghuis. Bij binnenkomst ging er al iets mis bij dit bezoek. Zij dacht dat het midden in de nacht was en werd vreselijk boos omdat ik haar stoorde. Ze mopperde, stuurde me weg, klaagde en schold. De zorg kwam haar eten brengen. Nog bozer. “Denk je dat ik nu midden in de nacht wil eten!!!” Ik had weg kunnen gaan, maar ergens wist ik dat ze blij was dat ik er was. Dus ben ik toch rustig blijven zitten en heb geen antwoord meer gegeven op haar vragen en gemopper en me geconcentreerd op de onzichtbare communicatie tussen ons. Ze werd rustig en we kregen een gesprek over sterven en de angst daarvoor.
etalageMijn uitstraling heeft effect op de ander. In een zorgrol zijn we natuurlijk altijd bezig met de ander, maar ik kom er achter dat het minstens zo belangrijk is om aandacht aan jezelf te geven. Hoe voel je je. Wat straal je uit? Wat vertel je zonder woorden? Het wordt allemaal opgevangen door mensen met dementie.
“Uit jouw boek weten we hoeveel effect dat onrustige gedrag van ons als mantelzorger heeft….” zei een goede vriend laatst. Mijn boek zwerft ook door het verzorgingshuis van zijn moeder, het zwerft door de boekhandels en gaat van hand tot hand in families. Zo hoop ik dat meer mensen aandacht gaan krijgen voor de onderliggende boodschappen en elkaar beter gaan aanvoelen.

Meer weten over het Boek?
De vierde dementie

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Beslissen voor een ander

SANYO DIGITAL CAMERA“Moet je dit nou weer zien!” Ik vind verfrommelde papiertjes tussen niet uitgepakte cadeautjes en onderop ook nog een envelop met ‘brieven van voor de oorlog’. En dan de dierbare verzameling engeltjes, de eindeloze kerstkaarten en dagboeken. Kan ik dat weggooien? En de grote familiekast met de spiegel, herinnering aan mijn jeugd. Waar moet die staan? Mijn moeder was goed in verzamelen, rubriceren en alles een plek geven. Nu niet meer, ze is het overzicht verloren. Nou moet ik voor haar beslissen. Ik bepaal waar ze afscheid van moet nemen. Pijnlijk.
Ik ben niet de enige die het moeilijk vindt beslissingen te nemen voor haar moeder met dementie; “Hoe weet ik nou wat ons mam wil? Wil ze nog naar buiten of naar de huiskamer? Doen we haar daar wel een plezier mee? “ De moeder van Alice is in de laatste fase van de dementie en spreekt nauwelijks meer. Ik mag in een reading met haar meekijken hoe ze zich voorbereidt op de dood. Muziek is belangrijk voor haar in dit proces, het lijkt wel alsof ze orgel speelt.” Alice beaamt dat “Muziek maakt haar rustig. En ja, haar handen. Het lijkt soms ook wel alsof ze piano speelt, ze beweegt steeds met haar vingers.” Wat ik zie in de reading bevestigt wat Alice al vermoedde. Haar moeder is afscheid aan het nemen van het leven.

Dit is het vrije bos
“Waar brengen jullie me naar toe? “ Mijn moeder kijkt verschrikt door het autoraampje. We hebben een hapje gegeten bij de plaatselijke pizzeria en brengen mijn moeder naar huis, de kamer in St. Jozefoord. “Ik ken het hier niet. Dat vind ik best eng.“ Ik voel de paniek van mijn moeder en kan het me zo goed voorstellen. Wat moet je toch veel vertrouwen hebben als je Alzheimer hebben. “Je woont hier nu, mam. Straks zal je het wel herkennen.” zeg ik, terwijl ik de spullen uit de auto pak. vrije bos“Jij bent niet zo goed in iets kennen, maar wel in herkennen. “ vult mijn vriend aan. Als we de poort door zijn ziet ze het ineens. “Ja, hier is het! Ik weet het weer en er staat WELKOM naast de deur.” We gaan nog een kopje koffie drinken bij het restaurant. Nog meer enthousiasme. “Dit is mijn plekje! Ik zit hier altijd.” Ik ben zo blij dat me moeder zich na een week thuis begint te voelen in dit huis. We wandelen nog een rondje door het prachtige park wat haar nieuwe woonplek omringt. “Zie je dat hek.” zegt ze “Dat andere bos is omheind en wij lopen in het vrije bos. “ Ik haal opgelucht adem. De beslissing om haar te verhuizen was goed. Hier – binnen de omheining – voelt ze zich vrij. Ook al is ze nog regelmatig boos en angstig, in de onderliggende laag is ze tevreden en voelt ze zich thuis.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Wat is er achter die deur?

verhuizen“Is daar de keuken, of misschien de trap naar boven? Is daar de straat?” Mijn moeder doet de deur open en kijkt in de gang met rood tapijt. “Heb ik maar één kamer?” Ze woont nu op kamer 316 op afdeling Boszicht van St. Jozefoord? “Waarom staat mijn voordeur open?“ Vergeefs zoekt ze haar sleutel om de deur op slot te draaien. Ze heeft één van de kamers aan een gang met aan het einde de gemeenschappelijke huiskamer. De kamer is goed. De mensen aardig. De omgeving is mooi. “Ik voel me bevoorrecht dat ik op zo’n mooie plek mag wonen.“  Ze kijkt uit het raam naar de groene bomen. “Maar nu ga ik naar de Groene Engel.“ zegt mijn moeder na het eten. Ik schrik. Hier is geen café in de buurt en zeker geen Groene Engel. Ik probeer het uit haar hoofd te praten, maar ze is al op weg. Aan de dame bij de receptie vraagt ze de weg naar buiten. De dame wijst haar het hekje, de slagboom. ‘Niet doen!!!’ probeer ik onopvallend achter mijn moeders rug in gebarentaal duidelijk te maken. “De dame achter de balie verontschuldigt zich; “Ik ben net aangekomen en ken uw moeder nog niet.” Resoluut neem ik mijn moeder mee de andere kant op  naar één van de huiskamers beneden waar een gezellig terrasje is. Wij kiezen een stoel in de zon. Mijn moeder bestelt bij de verzorgster twee glazen port. Die aarzelt.  “Uh, dat hebben we niet.” Ik grijp naar de kan die op tafel staat.  “Limonade is ook goed.” Mijn moeder pakt haar portemonnee en wil betalen. Maar dat hoeft hier niet. All inclusive.  “Mevrouw, ik vind dit drankje te slap.” Mijn moeder gebaart de ‘ober’ weer. De verzorgster schenkt wat siroop bij. “Er is hier niets te beleven.“ moppert mijn moeder. Als even later mijn vriend en mijn broer er bij komen zitten, die de hele dag met haar spullen hebben gesjouwd, wordt ze helemaal boos. “Jullie hebben me alles afgenomen; mijn huis, mijn werk en nu ook nog mijn leven. “  We voelen ons allemaal machteloos. Maar wat kunnen we doen? Ik stel mijn moeder voor aan de vriendelijke jonge vrouw, die die avond dienst zal hebben. “Deze zuster is vannacht bij jou op de gang.” Dan draait haar stemming als een blad aan een boom. Ze is enthousiast en prijst de ‘zusters’ om hun mooie ogen.Tijd om te gaan.

Zoek het zelf maar uit
DSC01794Pas later realiseer ik me de wonderlijke omslag van haar stemming. De vrolijke jonge dames met hun witte jasjes gaven haar houvast. Zij zijn neutraal en rustig. Dat was ik op dat moment niet. Het zou best kunnen dat mijn onzekerheid, verdriet en pijn over de verhuizing de verandering  voor mijn moeder alleen nog maar moeilijker maakte. Ze voelde mij natuurlijk haarfijn aan. Ik vond het zo pijnlijk voor haar een beslissing te moeten nemen. Maar dat kon niet anders. En tja, mijn angst helpt mijn moeder niet. Opeens realiseer ik me dat. Ik besluit naar huis te gaan en dan ook heel duidelijk de verbinding met haar te verbreken. Ik probeer niet meer aan haar te denken  en gewoon iets leuks voor mezelf te gaan doen. ‘Zoek het zelf maar uit’ denk ik in mezelf.  De volgende dag onderdruk ik de neiging om te bellen. Laat haar maar wennen op haar eigen manier. Mijn energie moet er tussenuit. Die is verwarrend.
En jawel hoor. Als ik op het eind van de volgende dag op bezoek komt, gaat het prima met haar. “Je komt als geroepen.“ roept ze.  “Ik ben van alles kwijt.“ Ja, dat kan ik me voorstellen. Ze heeft een heleboel spullen moeten achterlaten. “Hoelang ben ik hier nou?” vraagt ze, ”Een jaar?” ik ben met stomheid beslagen. Eén dag wordt een jaar. “En het oude huis? Is dat nu leeg? “ Ik mompel dat het bijna leeg is. “Hebben we het goed kunnen verkopen?“ Ik realiseer me dat ze refereert aan  vijf jaar geleden, toen we haar huis verkochten. Laat maar. Het NU is het belangrijkste. “Ik zwerf door het leven” zegt ze. “Achter iedere deur is weer een nieuwe deur. “

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het geheel is ver van mijn gevoel

SANYO DIGITAL CAMERA“Ik denk er wel eens aan dat ik in een bejaardenhuis zal gaan wonen. Daar ben je altijd met elkaar. En ik kan daar ook anderen meer helpen. Ik heb hier toch niet zo veel contacten.“ Mijn moeder heeft pijn aan haar rug. Gevallen waarschijnlijk, maar niemand weet waar en hoe. “Voor het eerst voel ik me niet zo lekker.“ zegt ze steeds opnieuw. Iets begint er te veranderen. De vrolijkheid slaat om in vermoeidheid. “Alles is met elkaar verweven.“ zegt ze. “Ik ben benieuwd hoe jullie dat doen als je straks oud bent. Het is niet makkelijk. Zorg dat je genoeg vrienden hebt, die heb je nodig. “
Mijn moeder is moe na het eten. Ze gaat even op de bank liggen. Lekker rustig. Ik ga iets voor mezelf doen en wacht op de ondergaande zon, die je zo prachtig kan zien vanuit haar flat. Even later staat mijn moeder al weer op. Ze zoekt haar tas, doet haar jas aan. “Ik ga even kijken of er beneden wat te doen is.“ Ik zucht “Maar mam, het is veel te laat. Het restaurant is al gesloten.“ Mijn moeder doet haar schoenen aan. “Ik wil toch even een rondje lopen. Misschien is er ergens anders iets te doen. Ik moet gewoon even lopen.“ De pijn in haar rug weerhoudt haar blijkbaar niet. Ik laat haar gaan. Ik ben iets aan het schrijven wat ik af wil maken.
Het is half 10. De zon is al lang onder. Mijn moeder is niet terug. Ik moet haar gaan zoeken. Meestal is ze in een café in de binnenstad. Inderdaad. Daar zit ze. Glaasje port. Niet het eerste. Dat zie ik zo. “Oh lieverd, ik ben zo blij dat jij er bent. Mijn rug doet zo pijn. Opeens is het gekomen. Het is niet leuk dat ouder worden. “ Ik knik. “Ga je mee naar huis? “
Afrekenen. Welk pasje is het? “Die oranje toch.” Mijn moeder keert haar portemonnee om. “O jee. Nu moet ik het nummer weten. Het was geloof ik 622854.“ Dat is haar telefoonnummer. “Ik doe het wel even voor u, mevrouw.” Een vriendelijk meisje neemt haar pasje aan. Blijkbaar kent het personeel mijn moeders pinpasnummer. ….

Daarboven hebben ze het nog niet door
“En mijn antieke tafel? Die moet ook mee.“ We kijken elkaar verbaasd aan. Die tafel staat al lang niet meer in haar huis. “Die tafel staat nu bij mij.” zegt mijn broer. Daar zit je altijd graag aan als je bij mij bent.“ Mijn moeder knikt. Ze weet het weer. We zijn een kamer aan het bekijken in het verzorgingshuis waar ze gaat wonen.

“Ik ga het maar dapper doen.“ zegt mijn moeder.
“U moet het gewoon zeggen hoor, als u het moeilijk hebt.” zegt de vriendelijke dame die ons mijn moeders nieuwe kamer laat zien. “Het zal wel wennen zijn.” zegt mijn moeder. We lopen door de rustige warme ingerichte gangen naar het restaurant voor een kopje koffie. “Jij hebt er ook moeite mee.” zegt mijn vriend tegen mij. Ik knik. “Ik heb er al een paar nachten van wakker geleden. De onrust en emoties van moeder zijn ook in mij. “
Ik zie de verschillend lagen, waarover ik in mijn boek De vierde dementie schrijf, in ons alle drie. We zijn praktisch en hebben het over de gordijnen. Daaronder trilt de emoties van het afscheid. Waarschijnlijk hebben we allemaal een brok in onze keel. We proberen positief te blijven en het goede van de omgeving in ons op te nemen: de sfeer, de natuur en de lieve mensen. Het onderliggend weten is er ook: Deze verandering is goed en nodig. “Ach. Ik ben klaar met mijn leven.” zegt mijn moeder “Ze weten het alleen daar boven nog niet.“ Ik denk niet dat ze klaar is. Ze staat aan het begin van een nieuwe, heel belangrijke periode.

Geplaatst in Uncategorized | 5 reacties

De restjes van mijn leven

“Waar zijn al je kabouters?“ vraag ik op een middag. Mijn moeder breit al jaren eindeloos veel kabouters, allemaal anders. Het is een grote familie aan het worden, zeer geliefd bij mensen om haar heen. Maar de laatste tijd kom ik steeds minder kabouters tegen in haar flat. “Hier heb ik wat.” Mijn moeder komt aanzetten met een bak met gekleurde armpjes. “En dat zijn lijfjes.” De gebreide witte lapjes zijn nog niet gevuld en bij de armpjes zijn hier en daar steken los. “Ik maak geen benen meer.“ zegt ze. “Dat is te ingewikkeld.“ Ze legt een paar kleuren op volgorde. “Bij mijn begrafenis krijgt iedereen een kabouter.”  Ik kijk om me heen. “Dan moeten je wel hard aan het werk, anders heb je er niet genoeg.”, antwoord ik. Mijn moeder kent zoveel mensen. “Maar ik ga nog niet dood. “, zegt ze vastberaden. Ik heb het vermoeden dat mijn moeder de meeste kabouters zonder dat ze het doorheeft heeft weggeven aan liefhebbers.

Ze pakt de breipennen op. Zou ze het nog kunnen, nieuwe kabouters breien? Ik zet de bak met armen en lijfjes voor me neer. “Leg mij eens uit hoe ik zo’n kabouter in elkaar moet zetten?”, vraag ik. “Doe maar wat. Je kan het wel.“, moedigt ze me aan. Armpjes en mutsje in dezelfde kleur. Rokje er bij zoeken. “Fijn dat jij dat ook leuk vindt om te doen.“,  mompelt ze.
Zo zijn we een tijdje stil aan het werk. “Mijn leven is wel klaar. Dit zijn de restjes. Ik brei er een staartje aan. ” , zegt ze plotseling. “Hoe zou mijn broer dat doen? Hij is toch ook al in de 80. Ik ga binnenkort naar hem toe. Hij zit daar maar alleen op dat kamertje. “ Ik laat haar een foto zien. “We zijn vorige week nog geweest, mam. “

De onderdelen en volgorde van het leven kwijt
“Zo gezellig dat ik hier zit met mijn 2 broers.“ Mijn moeder glimt. “Dat is je zoon. “, zeg ik voor de derde keer. Ik weet dat je mensen met dementie niet te vaak moet verbeteren, maar ik vond dit toch vervelend voor mijn broer. “Het geeft niet” zegt hij “Het gebeurt wel vaker. “ We zijn naar Amsterdam gereden om mijn oom te bezoeken . Mijn broer, mijn moeder en ik.
MaroMargriet2017Broer en zus, beiden in de 80. Hoe doen ze dat; oud worden. Mijn moeder heeft een vitaal lichaam en is nooit ziek, maar vergeet alles. Haar broer is helder in zijn hoofd, maar is er lichamelijk slecht aan toe: zijn benen, zijn tanden, zijn longen….
Mijn moeder begint er al voor de derde keer over dat ze zal komen logeren en schoonmaken in zijn flat. “Hou je mond!” Mijn oom schiet uit naar zijn zus. Een ‘gewoon’ gesprek is lastig te voeren. Er is zoveel te voelen. Mijn oom vertelt over de laatste dagen van mijn oma, de moeder van deze twee tachtigers. Ze proberen te reconstrueren hoe haar laatste uren verliepen. “Zouden onze vader en moeder ons wel eens een boodschap van boven sturen?”, vraagt mijn moeder zich af. “Misschien horen wij dat niet? Je zintuigen worden anders als je in de hemel bent. Ik ben wel van plan jullie een bericht te sturen van daar boven. Ik hoop dat jullie het dan opvangen.” Mijn oom kijkt haar verstoord aan? Mijn moeder pakt nog een koekje. “Hoe kijk jij tegen de dood aan?”, vraag ik aan mijn oom. “Tja, ik denk gewoon Katholiek. Ik weet ook niet wat ik anders moet geloven.“, mompelt hij. “Ik hoop wel dat ik mijn vrienden daar tegen kom. Al heb ik er een hard hoofd in. Hoe moet ik ze vinden tussen al die miljoenen daar boven.” Dan schudt hij het van zich af. “Maar als straks dit lichaam weer wat beter is, blijf ik heus nog wel een tijdje hier, hè Margrietje?“ Hij kijkt zijn zusje van 80 aan. “Tja”, antwoordt mijn moeder. “Ik ga dapper verder. Al ben ik de onderdelen en volgorde van mijn lichaam kwijt. Uh….ik bedoel: de volgorde en onderdelen van mijn leven kwijt.”, glimlacht ze. Ik moet denken aan al die kabouterarmpjes, mutsen en lijfjes in de mand……

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen