Hoe ver ga je?

“Ik zet muziek voor u op. Welke zender wilt u?“ Ik kies voor klassiek. 20 minuten lig ik in de MRI scan. De muziek kan ik nauwelijks horen. Wat een lawaai! Blijkbaar kan dat niet anders. Ik denk niet dat mijn moeder dit aan zal kunnen; liggen in een tunnel, je hoofd niet mogen bewegen met harde geluiden rondom. En vervolgens niet begrijpen waar je bent, waarom je zo ligt en waar het voor nodig is.
Het toeval wil dat mijn moeder en ik beiden bij een oogarts terecht komen en beiden een verwijzing krijgen voor de neuroloog. Toeval? Misschien ook niet. Maar welke wetten liggen er dan aan ten grondslag? Hier waag ik mij nog niet aan met mijn intuïtief weten. Wel maak ik regelmatig de verbinding met mijn moeder wat losser. We hoeven niet hetzelfde te doen en te zijn!
dsc02249.jpg“Ik heb helemaal geen last van dat oog. Ik zie genoeg.” zegt mijn moeder geruststellend tegen mij. Toch is duidelijk te zien dat het oog wegdraait. Ze houdt het dicht. In de donkerte is ze onzeker, traplopen gaat moeilijker, ze kan afstanden niet goed inschatten. “Maar ik ZIE het nog wel zitten hoor.” roept ze vrolijk door de gang.
Hoever moet je gaan? Hoeveel onderzoeken zullen we mijn moeder laten ondergaan? Is een MRIscan haalbaar en zinvol? “Met het oog op de toch al vergevorderde Alzheimer ….” twijfelt de dokter. “Ik heb een oogje op u.“ lacht mijn moeder. Het leven is soms absurd. Ooit kreeg ik een liefdesgedicht over mijn mooie ogen van een oogarts……

Oude energie
sneeuw kleinIk rijd met mijn moeder naar het ziekenhuis.  Zij zit zich te verwonderen bij het auto raampje. “Het is allemaal zo vreemd. Heeft het gesneeuwd? Alles is wit. Ik begrijp helemaal niet waar we zijn.” Ikzelf begrijp er zo langzamerhand ook niets meer van. We zijn in het ziekenhuis. Op de binnenplaats staan 2 grote eenhoorns. Langs de muur is een duinlandschap afgedrukt. Het is net of we in een sprookje zijn eenhoornsbeland. Mijn moeder is verrukt van de eenhoorns en de duinen, maar wachten wil ze niet. “Ik loop nu ergens naar binnen. Dat doen al die anderen ook.“ Ik houd mijn moeder tegen en haal een glaasje water voor haar. We zingen kerstliedjes. “….Zij houden vol trouwen de waahaaachten en hebben hun schaapjes geteld…..” Ik ben blij als we aan de beurt zijn. Mijn moeder ziet de dokter in witte jas en heeft het meteen naar haar zin. De ‘spelletjes’ met brillen en letters lezen vindt ze hartstikke leuk. “Wat een fijn uitstapje was dat vandaag.” zegt ze op de terugweg. Het ziekenhuis is ze alweer vergeten.
Zou het echt zo zijn dat ze geen last heeft van haar niet-functionerende oog? Ik vraag een vriendin om met me mee te kijken naar de onderliggende laag. Zij bevestigt mijn intuïtieve waarneming. Mijn moeder accepteert zonder verzet “De ongemakken van het ouder worden” zegt ze. “Dat oog traant een beetje.” Het is voor haar niet van belang. Ze is met heel andere dingen bezig.
Zo’n wegdraaiend en dicht oog. Je kunt er verschillende zienswijzen op na houden. Wellicht is ze ‘oude energie’ aan het opruimen in en rond dat oog. Voorheen bezag mijn moeder de werkelijkheid nogal eens op haar eigen manier. Vaak maakte ze het veel mooier dan het was. Is dat oog nu iets van aan het verwerken van dat ‘verdraaien’ van de werkelijkheid? Tja… Dit is een heel andere benadering dan de medische uitleg. Maar aangezien de dementie zo’n wonderlijke levensfase is, kan het geen kwaad het eens van een andere kant te bekijken.
“Wat heb ik nu aan? Dit is mijn jas niet.” zegt mijn moeder geschrokken als we de auto uitstappen.“Ik denk dat ik de jas van iemand anders heb gestolen.” Deze reactie ken ik al. “Mam, die jas heb je van oma geërfd. Het is een fijne jas voor de winter. Hij is nu van jou.“ Ze is er niet gerust op, maar haalt gelaten haar schouders op. “Dan houd ik hem maar. Ik zou anders ook niet weten waar ik hem terug moet brengen.“

 

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Herkennen en erkennen

pop6“Jij lijkt op mij. Ben je mijn zus? “zegt een vrouw. Ze grijpt mij stevig vast bij mijn mouw en wil me niet meer loslaten. Ze kijkt niet naar mij, maar naar de pop waar ik mee speel. Aandachtig observeert ze de glazen ogen. De rest van de groep bewoners is stil en volgen het woordeloze gesprek tussen pop en vrouw. Het verbaast me dat er zoveel aandacht en stilte kan zijn op de groep. Voor mij is het spannend om af te tasten hoelang ik dit zwijgen kan laten bestaan. Gelukkig verbreekt één van de bewoners zelf het zwijgen op een perfect moment. “Er hangt een snottebel aan je neus.” roept een man aan de andere kant van de huiskamer. De pop pakt haar grote rode zakdoek en snuit luidruchtig haar neus. iedereen lacht. “Waar is mijn tas? “ mompelt de pop. Dat zoeken herkennen de bewoners wel. “Daar!” De pop haalt een belletje uit haar tas. “Kling klokje klingelingeling.” Iemand begint te zingen. Helmie tokkelt subtiel mee op haar gitaar. De pop deelt meer belletjes uit. “Jingle bel, jingle bel.“ zingen we met elkaar. Midden in de winternacht, laat de beltrom horen... De bewoners klingelen met een belletje of een klokje. We hebben plezier. Ik ben in mijn moeders huis op verschillende afdelingen op bezoek met een kerstprogramma met muziek en poppenspel, een klein optreden samen met de muziektherapeute en de bewegingstherapeute. Het poppenspel is nieuw. De pop kan dingen die gewone mensen niet kunnen. Ze mag dichtbij komen, ze doet gekken dingen, peutert met een tandenborstel in haar neus, ze kan uitdagen en teder zijn. Ik, de bespeler, heb wat afstand en kan observeren en intuïtief bepalen wat mijn volgende actie zal zijn. Het blijkt een bijzondere manier van contact maken met mensen met dementie.
Ik vroeg de bewegingstherapeute “Wil jij nog wat met de bewoners doen vanmiddag?” Dan zou ik daar wat ruimte voor kunnen maken. “Nee hoor.” antwoordde ze “De mensen bewegen vanzelf al als de pop er is. Ik zie nieuwe dingen gebeuren.“

Je lijkt op degene die ik in mijn hoofd heb
“Dat je mij hier gevonden hebt.“ zegt mijn moeder. Ze is blij dat ik in haar huiskamer op bezoek kom. En dan nog wel met een pop. Het is haar eigen vak geweest, ze was haar hele leven poppenspeelster. Mijn moeder regelt in haar huiskamer een lekkere stoel voor mij en de pop. “Je gaat steeds meer lijken op degene die ik in mijn hoofd heb.” zegt ze tegen me. Dat is weer één van die bijzondere uitspraken van haar.
Ik ben niet de enige die haar wijsheid koestert en waardeert. “Je moeder zegt prachtige dingen. Ik heb een heel mooi gesprek met haar gehad.“ vertelde mijn nicht de dag ervoor enigszins verbaasd. We brachten met kerst een kort bezoek aan de familie. De dementie zorgde voor enige opschudding en verbazing. “Ze herkent me niet eens!” roept mijn achterneefje verontwaardigd. Hoe leg je het uit? “Denk maar aan het visje Dory uit Finding Nemo. Die vergeet ook alles. Bij dementie gaat het ook zo.“ Mijn moeder vindt het heerlijk om bij familie te zijn, maar is na een uurtje doodmoe. Ik laat haar even op bed liggen in de achterkamer. “Is ze moe?“ vragen de anderen verbaasd. “Moet je je voorstellen dat je elke minuut weer moet bedenken waar je bent, wie de mensen om je heen zijn en hoe je je moet gedragen. En dan nog al die signalen die binnen komen. …….Zo vermoeiend!” leg ik uit. Ze knikken en proberen het zich voor te stellen.
Op weg naar huis is mijn moeder onrustig en een beetje boos. “Hoe kan het toch dat ik zo ver weg ben. Dat is toch nergens voor nodig.” Steeds probeert ze te begrijpen waar ze is en naar toe gaat en vandaan kHerbergomt. Geruststellen helpt niet. Pas als we op 10 minuten van haar huis zijn, komt de rust. Zou ze de weg herkennen? Of zou ze intuïtief het aura van haar woonplek aanvoelen? Ze is blij dat ze op kerstavond haar eigen kamer weer herkent en in haar eigen bed mag liggen.
De nachtzuster zwaait ons uit.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Mantelzorgzorgen

Waarom hebben jullie zolang moeten wachten op een nieuw blog? Maakt mijn moeder niets meer mee? Heb ik geen inspiratie meer? Heb ik het te druk? Nee hoor. Ik was met iets anders bezig: Mijn moeder had een nieuw pasje voor de regiotaxi nodig. Ze is een half jaar geleden verhuisd en haar verpleeghuis ligt in een andere gemeente. Nou, dan moet er van alles geregeld worden. Een andere gemeente heeft weer hele andere systemen en bureaucratie. Pas na allerlei onduidelijke formaliteiten kan de aanvraag begin oktober worden ingediend. Half november heb ik pas antwoord en contact. Nu het formulier. Er moet een pasfoto op. pasfoto“Een pasfoto?” roep ik ontzet door de telefoon. Er gaan wel weer 2 weken overheen voor ik vanuit Utrecht op een weekdag kan komen om haar mee te nemen naar een fotograaf. “Mag ik misschien ook zelf een foto printen?“ Dat mocht gelukkig. Goede foto zoeken, juiste formaat maken, foto papier. Printer aanzetten. Alles blauw. Mislukt. Schoonmaken. Cartridge vervangen. Nog een keer. Alles geel. Mislukt. Nieuwe cartridges kopen. Ze lekken. Overal inkt. Dieptereiniging van printer. Nog een keer proberen. Eindelijk gelukt! Met zulke dingen kun je dus maanden zoet zijn. Ik ben regelmatig van alles voor mijn moeder aan het doen. Tijd die ik niet gebruik om leuke dingen met haar te doen; Liedjes zingen of een wandeling door haar goudgele bos maken. Ze beseft zelf niet wat voor werk er wordt verzet achter de schermen. Wél is ze vol verwondering en dankbaarheid over wat er ‘zomaar’ allemaal mogelijk is in haar leven. “Er gebeuren hier wonderen!“ roept ze uit. “En weet je? Ik heb vrijheid. Ik kan overal aan mee doen, maar niets hoeft. Ik kan gaan en staan waar ik wil. En de zusters zijn zo lief voor me.“
Het is etenstijd en ik stel voor om met haar beneden in het restaurant te gaan eten. “Nee hoor, ik eet hier.“ zegt ze. Ze wijst naar haar vaste plekje aan tafel. “Hier staat mijn bord.” Ze gaat vertrouwelijk om met haar medebewoners en met het verplegend personeel. “U wil zeker weer tomatensoep, mevrouw Pullens?“ de gastvrouw schept haar op. Ze lijken haar beter te kennen dan ik. Bespeur ik lichte jaloezie bij mezelf? Ik moet nog steeds wennen aan de nieuwe situatie.

Een nieuw hoofdstuk
Hoe moet het dan wel niet zijn als je je echtgenoot achterlaat in een tehuis? De mevrouw die vorige week bij me kwam voor ondersteuning, heeft haar man weer terug thuis genomen na een korte opname in een verpleeghuis. SANYO DIGITAL CAMERAHaar man voelde zich daar niet op zijn plaats en zij voelde zich schuldig. Ze wil hem niet tegen zijn zin laten opnemen. Begrijpelijk. Maar de situatie thuis is ondraaglijk. Haar man heeft dementie, vergeet veel, is erg afhankelijk en bovendien agressief. Hoewel ze zegt dat ze niets meer aan hem heeft en hij een klein lastig kind is geworden, kan ze hem niet loslaten.
Ik geef haar een korte reading, waarin het al snel duidelijk wordt dat er nog maar weinig over is van haar eigen levensenergie. We doen samen een ontspanningsoefening, zodat ze weer wat rust kan vinden. Vervolgens laat ik haar zelf in visualisaties naar haar thuissituatie kijken. We krijgen de slappe lach om wat we voor ons zien.  “Ik kan het ook, die intuïtie. “ zegt de vrouw. Ze verbaast zich over de ontdekkingen die ze doet. “Mijn man duwt me weg! Ja dat klopt, hij is eigenlijk altijd ontevreden, wat ik ook doe.” Vervolgens hebben we met visualisaties de verschillende verpleeghuizen bekeken. Het werd voor ons allebei duidelijk welke plek het beste bij haar man zou passen. Thee2Zou ze haar man nu kunnen loslaten? Ik hoop het, want deze mantelzorgster kan het bijna niet meer aan. Maar als het voor mij al moeilijk is mijn moeder over te dragen aan een zorgprofessionals, hoe zal het dan voor deze vrouw zijn, die dag en nacht met haar man bezig is. ……
Ben ik even blij met mijn optimistische moeder “Ik begin aan een nieuw hoofdstuk,” zegt ze “want mijn hoofd is stuk. “

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Dit is mijn plek

nuns-1392541_640“Het gaat goed met uw moeder, hoor. Ze is zo vrolijk en heel lief. ” vertelt zuster Teresa, een medebewoonsters die ik tegen kom bij de ingang van het verpleeghuis van mijn moeder. Deze zuster is al 93 en altijd in habijt. Ze wandelt graag een rondje door het bos voor ze haar middagslaapje doet. “Uw moeder praat wel veel. Ik ken haar verhalen nu heel goed. Ze komt uit Den Haag en zo.“  Dat praten moet vermoeiend zijn voor de anderen op haar afdeling.
“Ze beseft niet meer dat ze het al verteld heeft. Dat komt door de dementie.“ vertel ik aan de zuster. Zuster Teresa spreekt me tegen. “Die dementie valt best mee bij uw moeder.” Uh…..? Ik heb net een formulier ingevuld waarmee ik toestemming geef voor een hogere indicatie, de gesloten afdeling! Zuster Teresa bekijkt mijn moeder en haar ziekte blijkbaar heel anders. “De dementie begint misschien net een beetje.” vult ze nog aan.
Het was wel even slikken voor mij om dat formulier te tekenen, maar gelukkig gaan ze in Jozefoord met leefcirkels werken, waardoor er nooit een gesloten deur zal zijn. Vriendelijke dames, zoals deze zuster die nog een heel goed geheugen heeft, blijven op dezelfde afdeling wonen als mijn moeder. Mensen helpen elkaar. De zuster met haar rollator wijst mijn moeder de weg, mijn moeder brengt haar koffie en dekt de tafel. Ieder heeft zo zijn of haar plekje aan tafel.
“Hier moet ik zitten. Dit is mijn plek.” roept mijn moeder als we de huiskamer binnen komen. De muziektherapeute is er met haar gitaar. Van je hele hola, houd er de moed maar in, zingen we met zijn allen. De uil zat in de olmen in canon. “Net als in de oorlog. “ verzucht iemand.

Waar is mijn thuis?
schilderijIedere maandag gaat mijn moeder schilderen in het atelier. Deze keer had begeleidster Tonny gevraagd of ze een poppenkastpop mee wilde nemen uit het theatertje wat ze vroeger had. Dat deed ze. Ze schilderde de pop na, de handjes wijd. ‘Waar is mijn thuis?’ schrijft mijn moeder onder het schilderijtje. “Ik weet soms ook niet waar mijn thuis is” zegt de dame die naast mijn moeder zit bij het nabespreken. Mijn moeder neemt het popje op de hand en brengt het tot leven. “Wat heeft u op uw hoofd, mevrouw?“ vraagt het popje aan zuster Francisca. “Dat hebben alle zusters” antwoordt mijn moeder. Er ontstaat een gesprek tussen haar en de pop. SANYO DIGITAL CAMERAGeboeid kijken de mede-schilders naar het popje met ogen van punaises. Iemand die wat achteraf staat komt dichterbij om het popje nauwkeurig te bekijken. “Oh ja, hij kijkt je echt aan, ook al zijn het toch maar gewoon punaises.“
’s Middags zit ik met mijn moeder op de duofiets en maken we een rondje door de bosrijke omgeving. “Ik zou niet weten hoe ik nu naar huis moet komen.” zegt ze ”Erger nog- jij mag dat wel weten – ik weet niet eens meer hoe mijn huis er uit ziet.” We draaien een fietspad op wat door een heideveld slingert. “Ik zou nog best les kunnen geven of voorstellingen geven.” zegt ze. “Maar ik zou de weg niet meer weten en dan wordt het wel lastig.“ Ik probeer haar opnieuw duidelijk te maken hoe ze al die verschillende mensen in haar huis met haar creativiteit inspireert. “Maar mam, bij het schilderen gisteren heb je een klein voorstellinkje gegeven, misschien ook wel een soort les. Geen probleem met de weg vinden. Het was in je eigen huis. ”
Als we even later in het restaurant een maaltijd eten en slechts 9 euro moeten afrekenen is mijn moeder verbaasd “Zo goedkoop! Wat is er mis met dit restaurant. Het is hier prachtig en lekker. En wat nog mooier is. Het ligt gewoon in mijn eigen huis. Ik hoef niet eens naar buiten.”

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Zin hebben en geven

“Ik voel me een stuk lekkerder dan tevoren, “ verzucht één van de deelnemers aan mijn workshop op de congresparade van Studie Arena over wel-zijn in de zorg. Het congres biedt een overvloed aan inspiratie, zingeving, ontroering en ontdekking. Het borrelt van de ideeën om de levenskwaliteit van mensen met dementie te verbeteren. En wat is er veel enthousiasme om iets tot stand te brengen in de zorg, zowel bij therapeuten en kunstenaars, als bij de zorgprofessionals. Wat zou het mooi zijn als er geld en ruimte zou zijn om al die initiatieven uit te voeren in instellingen en in de wijk……
schellevis 2We zitten in een kring en sluiten de ogen. Ik vraag de zorgprofessionals op een intuïtieve manier naar één van de bewoners te kijken. “Ik had zo’n bijzondere ervaring.” vertelt een jonge vrouw “Deze bewoner kan nog maar heel weinig. Maar tijdens de oefening danste hij door de lucht met een soort lijn naar de hemel. En ik mocht zijn hand vasthouden.“ Een collega van haar ontdekte dat ze besefte eigenlijk niets hoefde te zeggen tegen de bewoner die ze had uitgekozen. Alleen ZIJN was genoeg.

Haar eigen zin
Duofiets2De volgende dag kom ik vol met ideeën en inspiratie bij mijn moeder in het verzorgingshuis in Brabant. “Zullen we iets leuks gaan doen? “ vraag ik mijn moeder. We stappen op de fiets. De duofiets staat in haar huis bij de deur geparkeerd. “Heb jij die fiets gehuurd?“ vraagt mijn moeder.  Ik vertel haar dat die fiets bij haar huis hoort. “Wat geweldig dat ze zoiets hier hebben. Ik heb het maar goed.“ Na een mooie tocht door de bossen drinken we een kopje thee in het restaurant.“ Een meisje uit de bediening komt naar me toe. “Je moeder heeft laatst een voorstelling gegeven, gewoon op tafel in het restaurant. Ze had allemaal van die kleine poppetjes.” Dat zijn vast haar gebreide kabouters. “Ik heb het zelf niet gezien, maar hoop dat ze het nog een keer doet. Iedereen vond het leuk.” vertelt het meisje. Ik ben verbaasd. Tot nu toe is het mij nog niet gelukt om mijn moeder, die poppenspeelster is geweest, weer aan het spelen te krijgen. Als ze haar oude poppen ziet, heeft ze geen zin om de poppen weer op de hand te nemen. Maar spontaan, uit zichzelf, is ze blijkbaar met haar gebreide kabouters het publiek gaan vermaken. Ze doet waar ze zelf zin in heeft. Vrijheid. Wat zou het inspirerend zijn om een congresparade mee te maken gegeven door mensen met dementie. Zouden ze daar zin in hebben?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Vrijheid

Muziek mee, aantekeningen, goede moed. Ik krijg de kans om iets uit te proberen in het verzorgingshuis waar mijn moeder woont. Normaal hebben de dames gym. Nu heb ik een soort volksdansje bedacht. Heel simpel, dacht ik. Links uit. Rechts uit. Wijd en kruis en sluit. Maar toch te moeilijk voor de helft van de groep. Zweten. Aanpassen. Er toch nog iets van maken. Daar had ik me op verkeken. Zo gemakkelijk is het nog niet om een groep ouderen te aan te sturen en er iets vrolijks van te maken. Petje af voor de activiteitenbegeleiding.
Ook mijn moeder doet maar half mee met mijn opgewekte gehuppel op de stoel. Ze vindt het leuk dat ik er ben. Verder? Ach. Ze zwiept een beetje met haar handen. Moet ik mijn verwachtingen weer eens bijstellen? Ik denk dat mijn moeder dol is op de activiteiten die aangeboden worden in het huis. En ik heb het idee dat de verzorging haar regelmatig vergeet te attenderen op de activiteiten en haar er niet naar toe brengt, zodat ze op haar kamer blijft zitten. Het frustreert me en ik ga naar de coördinator van haar afdeling. “Je moeder loopt regelmatig weg bij een activiteit.” vertelt zij. “Dan gaat ze haar eigen ding doen.” Ik zie het zo gebeuren. Is het niet interessant genoeg voor haar? Of is het iets anders. Als ik in-tune op een diepere, onderliggende laag, zie ik alleen maar VRIJHEID. Ze wil niet gebonden zijn aan tijd en plek. Zelf bepalen waar ze heen gaat, hoe lang en wanneer. “We laten haar maar gaan.“ zegt de verpleegkundige. “Je moeder komt overal. Ze loopt her en der naar binnen en gaat meedoen, waar ze komt. Als ze de weg niet meer weet, wijst iemand haar een stukje en pikt ze het altijd wel weer ergens op.“ Tja, blijkbaar werkt het. Ze danst op haar eigen manier door de gangen.
engeltjekleinWaar maak ik me druk over. Mijn moeders leven voegt zich wel zonder mij. Ik laat los en bekijk het op een andere manier. Ik moet denken aan een foto uit mijn kindertijd waarop ik een dansend engeltje was wat zich vreselijk druk maakte met een hemels dansje wat ik ingestudeerd had voor kerst. Op de foto zie je dat dat kleine engeltje denkt: Waarom maak ik me eigenlijk zo druk?

Met de mond vol tanden
“Jij kunt makkelijk praten. Als dochter kom je één of twee keer in de week bij je moeder. Ik ben 24 uur met mijn partner.” Een mevrouw uit de zaal staat op om me dit te vertellen. Ze is boos en gefrustreerd en vertelt uitgebreid hoe zwaar ze het heeft. Ik ben gastspreker in een Alzheimer Café en gebruik regelmatig voorbeelden uit het leven van mijn moeder om mijn ideeën te illustreren.
Ik stonde met mijn mond vol tanden. Wat heb ik voor antwoord op de enorme machteloosheid van deze vrouw die nog vrij jong is en een echtgenoot met Alzheimer thuis heeft. “Mijn leven staat stil.“ zegt de vrouw. Wat kan ik anders doen dan beamen dat het vreselijk is. Zo moeilijk, pijnlijk en zwaar. Toch weet ik zeker dat haar leven niet stil staat. De dagelijkse leuke dingen misschien wel. Maar in de onderliggende laag gebeurt er heel erg veel. Want ze had hele andere verwachtingen van het leven dan nu mogelijk zijn. Innerlijk is ze is heel hard aan het werk om emoties te verwerken, verwachtingen los te laten en zichzelf en haar leven met andere ogen te gaan bekijken. Dat noem ik geen stilte, eerder een storm.
Dit heb ik niet gezegd op dat moment in het Alzheimer Café. Dat zei ik niet op dat moment. Deze mevrouw is in rouw over haar leven. Achteraf twijfelde ik….had ik meer moeten zeggen? Er komt alweer een andere vraag uit het publiek: “Ja maar. Je wil toch zo lang mogelijk zelfstandig blijven”, Tuurlijk. Maar toch. Deze vraag geeft aanleiding om het leven even van een andere kant te belichten; Als het niet meer gaat. Als je de grip op je leven kwijt bent. Je schaamt je, omdat je gewone, dagelijkse dingen niet meer snapt. Je voelt je verdwaald en bent bang. Hoe heerlijk is het dan om je over te geven aan anderen en te accepteren dat je afhankelijk bent. Het hoort bij het leven. Vroeg of laat moet er iemand voor ons zorgen. Dat gaan we allemaal meemaken. Natuurlijk is het fijn om actief te blijven in wat je nog kan. Daardoor voelt een mens zich waardig en krijg je zelfvertrouwen. museumkleinMaar jezelf forceren door te proberen iets te doen wat je niet meer kan…. Dat is heel frustrerend. En ben je minder dan anderen omdat je afhankelijk bent en niet meer ‘normaal’ kan functioneren? Afgeschreven? Nee hoor. Het vraagt alleen om anders te denken, je verwachtingen bij te stellen. Hoe zie jij het ideale? Mensen in de bloei van hun leven, gelukkig met baan, huis en familie? En als het anders is, met ziekte, beperking, ouderdom, kun je dan niet meer gelukkig zijn? Heb je dan geen vrijheid meer? Hoe geef je jezelf de vrijheid terug. Vrijheid in je leven. Vrijheid in je hoofd.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De wijsheid van de dementie

neudeHet is warm, tropisch. Utrecht wordt wakker. We drinken koffie op een groot plein en verdrinken in een gesprek over idealen, betere zorg. Organisaties. Vernieuwing. Vragen. Leiderschap. Echt doen. Coachen of adviseren. Onbegrepen gedrag. Intuïtie. Wat is dat? Hoe kunnen we elkaar inspireren. Hart en ziel. Wonderlijkheden. Verwarring zaaien. Openbreken. Eigenaarschap. Binnenkort ben ik gastspreker op het congres van StudieArena.; Wel-Zijn in de zorg voor mensen met dementie. De kunst van het contact maken. De kracht van de beleving. Wat vraagt het van jou als zorgprofessional om niet alleen technisch te verzorgen, maar goed te kijken naar de mens en meer kwaliteit te bieden in het welzijn van de bewoners. Met directeur Jeroen Meeder tasten we af wat we voor elkaar kunnen betekenen – de zon wordt steeds warmer – terwijl we nog niet vorm kunnen geven waar het heen moet gaan. “Ik begin er wel heel dichtbij te komen met deze congresparade.“ zegt Jeroen. Ervaren, beleven, doorvoelen en doen. Filosoferen, ontdekken over het leven.
Ik vraag het aan mijn moeder. Als ik tegenwoordig ergens niet uit kom, probeer ik het bij haar. In haar dementie heeft mijn moeder af en toe hele heldere conclusies over het leven. “Ik hoef nergens meer naar toe.“ zegt ze. ”Alles is toch steeds anders, ook als ik hier blijf. Ik weet niet of dat echt zo is, maar ik ervaar het steeds anders.” Ze nipt even van haar koffie. “Naarmate ik ouder word, is de verbazing steeds groter. Nu beleef ik alles intenser dan vroeger.” vertelt ze.

Van een andere kant bekijken

SANYO DIGITAL CAMERAIk vertel mijn moeder dat ik na mijn vakantie weer moeite had om in het dagelijkse ritme te komen en ik het gevoel had dat ik mijn eigen leven niet meer zo goed begreep. Mijn moeder heeft meteen door wat ik bedoel. “Je bekijkt het leven even van een andere kant. Dat is heel goed.“ We filosoferen door op het leven met al zijn verschillende fases. “Je moet doelloos bezig zijn als je oud wordt” zegt ze, “want je leeft toe naar het einde.“ Mijn moeder herhaalt regelmatig dat ze niet bang is voor de dood. Niet dat ze er nu al aan toe is. “Ik wacht tot ik gehaald wordt.” En dat zal nog wel niet gebeuren, want ze is nog vol levenslust. Maar ze is er wel mee bezig. Misschien praat ze wel zoveel over haar dood om mij gerust te stellen en me straks verdriet te besparen. Maar dat is het niet alleen, volgens mij. Ze is ook nieuwsgierig. “Ik vind het wel spannend dat ik achtergronden ga zien als ik er straks niet meer ben: Hoe werkt de regen bijvoorbeeld. Hoe groeien dingen en waarom? Ik zou het graag aan jou doorgeven straks.“ Ik verzeker haar dat ik mijn best ga doen om haar signalen op te vangen, want ik ben ook nieuwsgierig. “Ik heb een mooi leven gehad.” vertelt ze. “ Zo voel ik het van binnen. Ik voel geen donkere plekken.” Wonderlijkheden. Wel-Zijn. Hart en ziel. Wat voor zorg heeft zij nodig? ‘Gezien worden’ op haar ontdekkingstocht en haar wijsheden. Ze is weer zo anders dan de anderen in haar huiskamer. Waar zijn zij mee bezig? De mopperige man. De vrome zuster. De vrouw die altijd slaapt.

 

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen